Tot een beschouwing over een fundamentele herinrichting van het Nederlandse zorgsysteem als voorwaarde voor vernieuwing laat Jochen Cals, hoogleraar huisartsgeneeskunde aan Maastricht University, zich niet verleiden. Dat schiet niet op, vindt hij. We kunnen eindeloos discussiëren over de manco’s, beperkingen en verschotting van het systeem en natuurlijk lopen mensen daar bij vernieuwingen tegenaan. Daar heb je je toe te verhouden. Net als de collega’s in landen met vergelijkbare systemen zoals in Engeland, België of Australië. Het gras is niet altijd groener elders als je naar de ruimte voor innovatie en wetenschap kijkt.
Kijkend naar de diagnostiek in de eerstelijn ziet Cals ook binnen het systeem voldoende ruimte voor verbetering en vernieuwing. “Tenzij je een complete shift wilt van de inrichting van de zorg, dan moet het hele ecosysteem op de schop. Maar dat zie ik nog niet gebeuren.”
Jochen spreekt uit ervaring. Naast zijn werk als onderzoeker en begeleider van studenten in Maastricht werkt hij drie dagen in de week als huisarts in Sittard. Wat hem betreft een goede balans tussen praktijk en verdieping. ‘Ik zie diagnostiek als cement tussen de eerste en tweede lijn en tussen de stenen waarmee je in de eerstelijn werkt.’
De toegang tot diagnostiek in eigen beheer is volgens hem in de afgelopen decennia enorm toegenomen, hetzij in de eigen praktijk of in de regio. Van point of care diagnostiek in de praktijk en diagnostiek onder eigen regie, zoals beeldvorming, echo en röntgen, tot een scala van laboratoriumdiagnostiek, zowel inhoudelijk met betrekking tot het aanvragen van bepalingen en zowel standaard als specialistisch en altijd heel dichtbij. De gemiddelde Nederlander woont pakweg 10 km van het dichtstbijzijnde lab. De laboratoria leveren de uitslagen snel. Jochen: “Vaak zelfs sneller dan je zou wensen. ’s Morgens aangevraagd, ’s middags binnen, terwijl je de patiënt pas twee dagen later wilt zien, omdat je eerst zelf wilt nadenken. Door de brede toegang kan de huisarts veel meer zelf interpreteren. Dat geeft hem veel mogelijkheden om de patiënt te bedienen en ruimte voor eigenstandige besluiten. Als poortwachter kunnen we veel problematiek zelf oplossen. Internationaal gezien is de Nederlandse huisartsenzorg heel breed, veel breder dan in onze buurlanden. Dat werkt heel goed.”
Naast de ruime mogelijkheden voor diagnostiek in eigen beheer, zijn er tegenwoordig ook mooie digitale wegen om in geval van een ingewikkelde uitslag of bij twijfel met een specialist in het ziekenhuis te overleggen. Of het nu gaat om een functie-onderzoek of een hartritmestrook. Dat is veel efficiënter dan telefonisch. Uit onderzoek van een collega van Jochen blijkt dat deze teleconsultaties heel vaak gaan over diagnostiek. Jochen: “Dat is niet zo gek, want sommige ziekten ziet de huisarts zelden. Met een beetje hulp van een collega op afstand kun je als huisarts weer verder en hoeft de patiënt alleen te worden doorgestuurd als de specialist echt iets te doen heeft.”
Het toevoegen van een wat hij noemt een digitale laag aan het ecosysteem van diagnostiek heeft zeker een meerwaarde, vindt Cals. Als je als huisarts ergens minder kennis van hebt, hoef je niet altijd de patiënt te verplaatsen. Via digitaal overleg kun je ook kennis verplaatsen. Het is ook een fijne manier van samenwerken tussen dokters. Het verbindt. Orgaanspecialisten worden enthousiast van één orgaan, huisartsen doorgaans van meerdere organen. Diagnostiek houdt zich vaak bezig met één orgaan.
Cals is zich ervan bewust dat de toegenomen toegang tot diagnostiek ook nadelen kan hebben. Hoe meer je aanbiedt, hoe meer er wordt gebruikt. Daarom is het goed om de gevolgen te blijven onderzoeken. Zo blijkt een MRI scan soms maar weinig toe te voegen. “Bij patiënten van boven de 50 zie je van alles, waardoor bijvoorbeeld de patiënt onnodig naar de orthopeed komt. Anderzijds helpt een scan bij een sporter met knieklachten doorverwijzen juist voorkomen. Als uit de scan blijkt dat de kruisband nog goed is, is doorverwijzen niet nodig. Op dit soort verschillen moeten dokters met elkaar alert op zijn. Het blijft maatwerk “
Ook het gebruik van nieuwe technologieën zoals AI helpt om kennis beter te ontsluiten. Zo werkt de NHG aan taalmodellen voor het efficiënt doorzoeken van de inmiddels 108 standaarden die de dokter voor de behandeling van ziektes hanteert. Geen dokter heeft ze allemaal paraat, met tijdrovend zoekwerk tot gevolg. Een slimme zoektool helpt om de relevante informatie sneller te ontsluiten.
De digitale laag is goed ontwikkeld in de westelijke mijnstreek. Huisartsen en specialisten werken er al sinds 2016 nauw samen. Alle huisartsen maken dankbaar gebruik van de mogelijkheid om hun collega’s in het ziekenhuis te consulteren. Hun vragen staan gewoon in het polirooster van het ziekenhuis. Alle specialismen doen mee.
Alle uitslagen van patiënt in één systeem biedt de huisarts en de specialist enorm veel inzicht. Jochen: “Het maakt je werk ook leuk om tegen de patiënt te kunnen zeggen dat hij niet bang hoeft te zijn dat hij door de betrokken dokters in stukjes wordt gehakt. De huisarts ziet de patiënt als geheel. “ Uit onderzoek blijkt dat dankzij het systeem veel minder patiënten doorverwezen worden.
De samenwerking is organisch gegroeid in de westelijke mijnstreek. Een belangrijke succesfactor is dat de hele regio zijn eerstelijnsdiagnostiek deelt met het ziekenhuis. 98% van de huisartsen maken gebruik van het laboratorium van het Zuijderland Ziekenhuis.
Cals ziet de intensieve samenwerking als bevestiging van zijn overtuiging dat datadelen het best kan worden georganiseerd op het niveau van een natuurlijke regio. 95% van de bewoners gaat naar het Zuyderland, dan hoef je data niet te delen met een ziekenhuis in Den Bosch of Arnhem.
Cals is zich ervan bewust dat het in een regio met elkaar beconcurrerende ziekenhuizen, zoals in de Randstad, ingewikkelder ligt. We maken het volgens hem ook ingewikkeld, bijvoorbeeld door tegenwerkende prikkels zoals het aanbesteden van diagnostiek buiten de regio. Van de dikwijls aangevoerde rechtvaardiging dat we ervoor zorgen dat data landelijk gedeeld worden is hij niet onder de indruk. “Ik heb dat nog nooit zien gebeuren en ik zie het ook niet gebeuren. Daarom, neem de natuurlijke regio als uitgangspunt. Zo gaan mensen ook winkelen of naar een voetbalclub.”
Mogelijk spelen ook cultuurverschillen een rol. Zorgprofessionals in de Randstad klagen veel meer over systeembarrières dan hun collega’ in de regio. Ecosystemen in de regio zijn veel rustiger en praktischer ingesteld.
Wat ook helpt is dat het UMC Maastricht het enige academisch ziekenhuis van het land is dat ook eerstelijns diagnostiek doet. Andere UMCs kunnen dat niet. Zij doen uitsluitend expertbepalingen voor specialisten. Maastricht is ook streekziekenhuis. Dat verbreedt de scope van de specialist.
Het beperkte aantal instellingen en de innige samenwerking maken de regio ook tot een ideale onderzoeksproeftuin voor innovatie vanuit de inhoud met verschillende systemen. In dat perspectief zou het volgens hem ook interessant zijn om te onderzoeken wat concurrentie tussen ziekenhuizen in de Randstad doet voor de kwaliteit en continuïteit van zorg.
Aan het eind van het gesprek benadrukt Cals nogmaals dat het systeem niet de legitimatie mag zijn om te roepen, dat een inhoudelijke verbetering of vernieuwing niet kan. Zoals beschreven is hij hoopvol over de mogelijkheden ondanks de imperfecties van het systeem vanuit de inhoud toch vernieuwingen voor elkaar te krijgen. De Limburgse praktijk laat zien dat betere samenwerking tussen de dokters, betere communicatie met de patiënt, technologische vernieuwing en het stroomlijnen van processen ook binnen het huidige systeem mogelijk zijn.
“We moeten niet wachten op verzekeraars of de politiek en ons niet verschuilen achter het onvolkomen systeem maar gewoon vanuit de inhoud aan de slag gaan om de zorg een stapje beter te maken. Nogmaals, het landelijk ontsluiten van alle data gaat niet gebeuren binnen dit systeem. Het hoeft het ook niet. Vreemd genoeg wordt daar wel het meeste geld in gestoken. Honderden miljoenen voor AI, tegenover slechts 2,5 ton voor een project als de diagnostische bijsluiter voor de patiënt, terwijl daar 1000 x zoveel uitkomt.”