In politieke kring gaat het debat over de zorg vrijwel altijd over geld. Over de kosten van het systeem die de pan uitrijzen en moeten worden beteugeld om de zorg betaalbaar en bereikbaar te houden. Over snijden in het basispakket, waardoor nieuwe medicijnen en behandelingen alleen worden toegevoegd als andere worden geschrapt. Dalende tarieven en vergoedingen voor diensten van ‘leveranciers’ zoals medische laboratoria, quota voor behandelingen in het ziekenhuis en verhoging van het eigen risico om mensen te ontmoedigen ziek te worden en naar de dokter te gaan. Kortzichtig korte termijn gewin boven volksgezondheid.
Tegelijkertijd laten we het starre zorgsysteem ongemoeid, waardoor aan de lopende band kansen op zinvolle bezuinigingen door verbetering en vernieuwing gemist worden of in de kiem gesmoord.
Neem het voorbeeld van het medisch diagnostisch centrum dat een programma ontwikkelde om patiënten met nierschade te monitoren zodat zij gewaarschuwd kunnen worden als de nierfunctie terugloopt. Met dit programma kan dure dialyse worden voorkomen of uitgesteld. Betere zorg en lagere kosten dus. Meteen doen, zou je zeggen. Maar helaas, het laboratorium streed tevergeefs voor grootschalige invoering. De verzekeraars, hoeders van het systeem, zagen het niet zitten: te veel gedoe, te kleine besparing. Intussen werden wel de tarieven voor de geleverde diagnostiek verlaagd, waardoor de ruimte voor het laboratorium om deze innovatie zelf te financieren verdampte. Na vijf jaar missiewerk gooide de directie tenslotte de handdoek in de ring.
Of het verhaal van het GezondheidsLab in Utrecht, opgezet in 2018 door huisartsenlaboratorium Saltro in samenwerking met de Utrechtse huisartsen en drie ziekenhuizen. Een laagdrempelige voorziening in de wijk Kanaleneiland waar patiënten op één locatie terecht kunnen voor vrijwel alle vormen van diagnostiek. Zo nodig kijkt de specialist op afstand mee en geeft hij advies aan de patiënt en zijn huisarts over het benodigde zorgplan. Een schoolvoorbeeld van de gewenste substitutie van zorg van de tweede naar de eerste lijn. De reacties op het initiatief waren alom enthousiast. Als gevolg van de financiële belangentegenstellingen binnen het geschotte zorgsysteem tussen de samenwerkingspartners is er van de gehoopte grootschalige ‘uitrol’ echter bitter weinig terecht gekomen.
Doodzonde; bovenstaande concepten zijn prettig voor de patiënt, zorgen voor beter advies en meer doelgerichte zorg én verminderen de werkdruk voor de dokter. En als we het dan toch over geld moeten hebben: deze innovaties schelen ook nog eens heel veel kosten. De juiste zorg op de juiste plaats voorkomt immers zorgkosten. In een verkenning raamde IG&H een tijd terug de potentiële besparing door herinrichting van het diagnostisch landschap op een half miljard per jaar. Het stroomlijnen van het vervolg op deze eerste schakel in de zorgketen levert ongetwijfeld een veelvoud aan besparingen op. Hoogste tijd om het gezonde verstand voorrang te geven bij het nadenken over waar het zorgsysteem, de maatschappij, de dokter en de patiënt daadwerkelijk bij gebaat zijn.
Cherelle de Graaf