Leren en vernieuwen met behulp van Overlegtafels

8 april 2024

Dr. Esther de Groot: ‘Multidisciplinair samenwerken helpt bij zorginnovatie’

(Door Wim Knol)

Hoe kunnen we de diagnostiek het best vernieuwen? Die vraag staat centraal in de activiteiten van iDx. Meer in het bijzonder: welke vernieuwingen zijn het meest relevant voor de huisartsengeneeskunde en in de huisartsenpraktijk? Anders dan de meeste onderzoekers, zorgprofessionals, bestuurders, conceptontwikkelaars, verzekeraars en politici richt iDx zich hierbij niet primair op verdere digitalisering, specifieke testen of de ontwikkeling en implementatie van kunstmatige intelligentie. iDx zoekt vooral naar praktische en snel toepasbare verbeteringen op basis van de inzichten, ervaringen en ideeën uit het werkveld. In samenwerking met Esther de Groot, werkzaam bij de huisartsenopleiding van het UMC Utrecht, zijn twee studies opgezet om een beeld te krijgen van hoe burgers en professionals in de frontlinie van de zorg naar innovatie kijken. De resultaten worden in de loop van dit jaar verwacht.

##TITLE##

Belangrijke aanvulling

Esther is enthousiast over het initiatief van iDx. Dit soort kwalitatief onderzoek is in haar visie een belangrijke aanvulling op de overwegend kwantitatieve onderzoeken. “De heersende opvatting is dat vrijwel alle nieuwe technische snufjes een verbetering zijn en alle problemen in de zorg als sneeuw voor de zon zullen oplossen. Ook dokters zijn doeners en hebben een voorkeur voor ‘glimmende apparaten’, omdat ze concreter lijken en direct oplossingen bieden”. Dit zogenoemde solutionisme helpt de zorg niet verder.

Op zoek naar werkende vernieuwingen legt een team van onderzoekers, naast Esther ook Esmee Vaes, Alma vd Pol en Siamack Sabhrkany, daarom het oor te luisteren bij het werkveld om ‘expansief’ te leren, dat wil zeggen, buiten de gebaande paden te treden. In zogenoemde Overlegtafels met zorgprofessionals en burgers proberen zij te achterhalen hoe de professionals naar innovatie kijken. Dat gebeurt op een bijzondere manier, volgens de Change Lab methode, ontwikkeld door de Finse ontwikkelingspsycholoog Yrjö Engeström. Hij stelt dat we de inherente spanningsvelden en verschillen tussen (opvattingen van) mensen niet zo snel mogelijk glad moeten strijken, maar er juist bij stil moeten staan. De vraag stellen waar de verschillen vandaan komen verbreedt en verdiept het inzicht.

Systematisch bediscussiëren

De bedoeling van de methode is om beroepsbeoefenaren te helpen de problemen die zij ondervinden in hun dagelijks werk systematisch te bediscussiëren en analyseren en na te gaan of er systemische oorzaken van deze problemen zijn. Vervolgens gaan zij gezamenlijk op zoek naar nieuwe manieren van werken. De neuzen, doet Esther uit de doeken, hoeven niet allemaal ze snel mogelijk dezelfde kant op te staan. De een is gek van technische vernieuwing, zoals apps en slimme devices, de ander is vooral geïnteresseerd in de implementatie van vernieuwingen. “Vernieuwing gaat kortom verder dan techniek, het gaat ook over processen, samenwerking, opvattingen en organisatievormen. Dat weten de meeste mensen wel, maar doen is iets anders. De neiging bestaat om nieuwe zaken automatisch te omarmen en te stapelen. Zonder zich eerst af te vragen of het wel zinvol is.”

Het populaire streven naar ‘passende zorg’ is volgens Esther een goed voorbeeld. Dat het ene geval om een andere aanpak vraagt dan het andere, is een open deur. Maar het begeerde maatwerk bereikt men niet door middel van evidence based onderzoek met grote trials onder grote homogene populaties. Het vergt patient based onderzoek, waarbij vanuit verschillende perspectieven dieper en breder stil wordt gestaan bij de individuele kenmerken en situatie van de patiënt.

Multidisciplinair

Multidisciplinair samenwerken kan daarbij helpen, zo nodig ook met vakgebieden buiten de zorg. Zo werkt Esther samen met de faculteit letteren bij het bestuderen van triagegesprekken. “Taalwetenschappers helpen ons met het analyseren van de gesprekken. Hoe corrigeren mensen elkaar? Welke beurtwisselingen doen zich voor? Inzicht in dergelijke taalfenomenen kan helpen om de communicatie tussen arts en patiënt te verbeteren. Bijvoorbeeld door meer tijd te nemen voor het gesprek. In de huidige praktijk is het contact tussen arts en patiënt onder druk van efficiëntie en aangeleerde protocollen sterk gefocust op het in korte tijd ophalen van zoveel mogelijk informatie. Dat draagt niet bij aan de gewenste passende diagnostiek als vertrekpunt van passende zorg.”

Kenmerkend voor de Overlegtafels is dat het initiatief vooral bij de groep ligt, zonder veel sturing naar een vooraf vastgesteld doel of oplossing. De gesprekken worden geleid door een ervaren gespreksleider, bekend met de kaders van de Change Lab methode en met een zorgachtergrond. Hij zorgt ervoor dat de deelnemers uit de fuik van de snelle oplossing en een ronkend projectplan wegblijven en voorkomt dat het gesprek ontaardt in een Poolse landdag.

Belangstelling groeit

De belangstelling voor andere methoden van onderzoek, zoals het Change Lab, wint de laatste jaren voorzichtig terrein, (ook) in de geneeskunde en de zorg. Esther: “De meeste medici waren aanvankelijk sceptisch, vonden het te vaag en te soft. Inmiddels zien steeds meer zorgprofessionals in, dat de vertrouwde gereedschapskist, gevuld met data en modellen, hoe belangrijk ook, te beperkt is en aanvulling behoeft uit andere disciplines.” Voor een andere methode die iDx zal gebruiken, Q-methodologie, hebben andere partijen ook interesse getoond. Esther had Q-methodologie gebruikt bij het opstellen van de onderzoeksagenda voor onderzoek naar leren en opleiden in de huisartsengeneeskunde. Die methode maakt verschillende perspectieven zichtbaar. Bij het opstellen van een onderzoeksagenda helpt het om te voorkomen dat onderzoekers vooral, hoe begrijpelijk ook, voor onderzoeken uit het eigen vakgebied pleiten.

Esther hoopt en verwacht dat het onderzoek van iDx een steentje zal bijdragen aan de belangrijke zoektocht naar effectieve vernieuwingen van de diagnostiek en de zorg. Bij voorkeur door de beroepsbeoefenaren zelf, in plaats van te wachten op initiatieven van regionale netwerken of het landelijke Zorgakkoord (IZA). En aan het besef dat technische innovatie niet zaligmakend is. “Diagnostische vernieuwing kan ook betekenen: een test niet doen, aan proces anders inrichten of betere communicatie tussen arts en patiënt onderbelicht. De vraag is of efficiëntie en economie wel altijd onvermijdelijk de leidende vragen moeten zijn. Daar moeten we goed over nadenken.”