Als we zo doorgaan kunnen of willen we als samenleving vroeger of later de zorg niet meer betalen. Het risico is dat er dan medelanders zijn die zorg nodig hebben maar buiten de boot vallen en dat de kwaliteit van de zorg verslechtert.
Maar hoe krijgen we de zorg klaar voor de toekomst in een tijd waarin de zorg al zo onder druk staat? De behoefte aan zorg wordt door de toenemende vergrijzing en bevolkingsgroei alsmaar groter, het tekort aan dokters en verplegers loopt op en technologische hulpmiddelen zijn kostbaar en komen vaak niet verder dan een pilot-fase.
Er wordt volop gebrainstormd, vergaderd en geschreven over oplossingsrichtingen. Mooie woorden en akkoorden zoals passende, toekomstbestendige zorg, een integraal zorgakkoord, substitutie van tweede lijn naar eerste, en van eerste lijn naar nulde lijn (doe-het-zelfzorg), AI en allerlei maatregelen om de (potentiële) patiënt te ontmoedigen ziek te worden en zorg te mijden. Eigen risico, eigen schuld dikke bult.
Naast misvattingen over wat al deze termen en maatregelen inhouden, lopen de meningen uiteen over de best mogelijke aanpak om zorg te vernieuwen. Dit blijkt ook uit recent wetenschappelijk onderzoek naar de kijk van zowel zorgprofessionals als beleidsmakers en patiënten op vernieuwing van eerstelijnsdiagnostiek als noodzakelijke stap naar passende zorg. De onderzoeker tekende maar liefst vijf verschillende routes op uit de mond van de deelnemers. De een zet zijn kaarten op digitale diagnostiek, de collega op betere communicatie met de patiënt, een ander pleit voor brede invoering van AI voor beslisondersteuning in de spreekkamer, volgens de scepticus is vernieuwing pas mogelijk na volledige systeemhervorming en de pragmaticus vindt ten slotte dat eerst het tijd- en capaciteitsgebrek moet worden opgelost…
Een belangrijke les is dat er geen blauwdruk is voor succesvolle vernieuwing. Een gezaghebbende routekaart van hogerhand ontbreekt vooralsnog ook. Maar er is hoop! Iedereen kan in zijn eigen (werk)omgeving een bijdrage leveren. Bijvoorbeeld door eigenwijs te zijn en zelf nieuwe paden aan te leggen, dingen anders te doen dan gebruikelijke usance, door beslissingen kritisch te bevragen en alle handelingsperpectieven nog eens goed te overwegen.
Op kleine schaal gebeurt dit natuurlijk al. Zo bieden steeds meer huisartsenpraktijken ook online goede services via het patiëntenportaal. Zodat de patiënt veel zaken zelf kan regelen, zoals het maken van een afspraak, het aanvragen van herhaalrecepten en het stellen van niet-spoedeisende vragen. De praktijk leert dat 80 tot 85% van alle zorgvragen digitaal op afstand kan worden afgehandeld*. In andere gevallen wordt de patiënt doorverwezen naar de praktijk. Het risico op een verkeerde diagnose blijft volgens de huisartsen gelijk. Dit soort digitalisering maakt dat we de zorg doelmatiger in kunnen zetten, maakt het proces voor de patiënt aangenamer én vermindert de werkdruk voor de dokter.
De verwachting is dat bij het oplopende huisartsentekort de digitalisering onder druk van de groeiende zorgvraag als gevolg van de vergrijzing en de verplaatsing van zorg vanuit het ziekenhuis naar de huisarts, versterkt zal doorzetten.
Kortom er is beweging. De uitdaging is om kritisch te blijven over waar welke technologie ons kan ondersteunen en om het gebruik van die toepassingen te versnellen, zodat de mooie woorden en akkoorden op grotere schaal vorm en inhoud krijgen en het zorgsysteem daadwerkelijk wordt hervormd. Intussen blijft het devies: woorden én daden!
* Van Duijn, E. (2023, 13 juni). De dokter zit straks gewoon in je achterzak: de digitalisering in de huisartsenzorg neemt rap toe. NRC Handelsblad. Geraadpleegd van https://www.nrc.nl/nieuws/2023/06/13/de-dokter-zit-straks-gewoon-in-je-achterzak-in-je-telefoon-a4167071